Deze website maakt gebruik van verschillende soorten cookies. U kunt hier meer over lezen in onze Cookieverklaring. U kunt uw cookievoorkeuren aangeven via de knop "Instellingen aanpassen".

Psychosculpturen

Mandla Reuter, Rossella Biscotti, Kevin van Braak, Paolo Chiasera, Gert Robijns, Christoph Weber

Groepstentoonstelling

27 juni – 12 september 2010
Vleeshal (Kaart)

Curator: Lorenzo Benedetti

'Psychosculpturen', 2010. Installatiefoto: Vleeshal Markt: Foto: Leo van Kampen | Psychosculpturen | Mandla Reuter, Rossella Biscotti, Kevin van Braak, Paolo Chiasera, Gert Robijns, Christoph Weber

De expositie Psychosculptures onderzoekt een conceptuele dynamiek die zij aan zij gaat met aandacht voor de vorm, en een esthetiek die gekenmerkt wordt door nieuw onderzoek in de beeldhouwkunst. Op de tentoonstelling worden zeven kunstenaars gepresenteerd die een verschillende artistieke koers volgen maar allemaal de vorm als het eindresultaat beschouwen van een serie voorafgaande uitgangspunten en dynamieken, die vaak onzichtbaar, onverklaarbaar en absurd zijn en de toeschouwer ten opzichte van het werk dwingen zelf de volgende stap te zetten. De toegevoegde waarde wordt gevormd door die noodzaak om mee te denken met het traject dat het kunstwerk heeft afgelegd en waardoor het zijn betekenis krijgt. Door het werk te zien als het resultaat van een groter proces kunnen we het binnen een complexere tijd-ruimtedimensie plaatsen.

Miljoenen toeristen reizen de wereld rond op zoek naar nieuwe verhalen, beelden en plekken die binnen de collectieve verbeelding bestaan: het doel van pelgrimstochten en rituelen. Dat is de context waarbinnen de Duitse kunstenaar Mandla Reuter een van de beroemdste bezienswaardigheden ter wereld, de fontein van Trevi in Rome, als uitgangspunt neemt. Vijfduizend liter water werd uit de fontein gepompt en in industriële vaten getransporteerd. Dit werk stelt vragen over de decontextualisering van een wereldberoemd monument door de inhoud ervan ergens anders heen te brengen.

Rossella Biscotti en Kevin van Braak maakten samen een serie bronzen sculpturen. In deze werken staat het transformatieproces van de ene vorm in de andere gelijk aan een verschuiving tussen twee tegengestelde ideologieën. De vier sculpturen vormen namelijk de ‘vertaling’ van vier standbeelden in Litouwen die respectievelijk aan Lenin, Marx, Stalin en de Litouwse heldin Melnikaitė gewijd zijn. Ze wegen evenveel en zijn van hetzelfde materiaal gemaakt, alleen de vorm is veranderd.

De Belgische kunstenaar Gert Robijns presenteert op deze expositie het werk Onverschillig-indifferent. Twee witte Audi’s van hetzelfde type staan naast elkaar geparkeerd, tegenover een muur met twee gaten erin ter hoogte van een van de twee auto’s. Het licht valt erdoorheen en verlicht de aangrenzende ruimte. In de verbeeldingswereld van David Adamo duiken narratieve elementen op in objecten die fysieke transformaties hebben ondergaan door daden van geweld of nalatigheid. Zijn werken vormen vaak de neerslag van performances, van handelingen die hun fysieke sporen hebben nagelaten in objecten die materieel zijn vernietigd.

Objects externes, werken gepresenteerd door de Oostenrijkse kunstenaar Christoph Weber, gaan over het materiaal van architectonische gevelelementen. Elk gebouw heeft een huid die een identiteit creëert die aanwezig is in ons dagelijks leven. Hun verschijningsvorm is gereproduceerd en in was afgegoten en vervolgens tot hermetische kubistische vormen gevouwen. De van de buitenwereld gestolen oppervlaktes functioneren in eerste instantie als uitsneden van ‘locale realiteiten’, om vervolgens omgezet te worden tot eerder niet bestaande vormen. In Untitled Baseline zien we een primaire architectonische structuur gekarakteriseerd door de paradox tussen het in principe sterke materiaal en de kwetsbaarheid van zijn toestand.

Paolo Chiasera presenteert een schilderij getiteld Black Brain 1 dat tijdens de Quadriennale van Rome werd tentoongesteld en vervolgens in een grote cilinder van spiegelend staal werd geplaatst. De volmaakte cilindervorm is de ultieme consequentie van het andere werk dat erin verborgen ligt; de vorm verwijst dus naar het principe van de ‘mémoire pure’. De buitenwereld spiegelt zich en wordt erin zichtbaar, terwijl de inhoud van de cilinder aan de vergetelheid is overgeleverd.

De expositie toont werken die maar een deel van zichzelf laten zien en van de toeschouwer vragen om in hun bestaan te geloven. Vormen met een metonymische relatie tot de werkelijkheid; verborgen, onzichtbare delen van het geheel die gesuggereerd, opgeroepen worden door de sculpturen, maar waarbij verdere mogelijkheden en potentieel van het kunstwerk worden opengelaten. De tentoonstellingsruimte is alleen maar het uitgangspunt van een grotere werkelijkheid.