You Are Variations
Anchan/Anna Daučíková, Christina Della Giustina
Een samenwerking tussen Vleeshal en If I Can’t Dance
18 januari – 22 maart 2026
Vleeshal (Kaart)
Curatoren: Martha Jager, Sara Giannini

YOu are varIAtionS presenteerde voor het eerst in Nederland de artistieke samenwerking tussen Anchan/Anna Daučíková (1950, SK/CZ) en Christina Della Giustina (1965, CH/NL) — een dialoog die halverwege de jaren negentig begon en tot op de dag van vandaag voortduurt. Voortkomend uit artistieke en activistische netwerken die na de val van de Berlijnse Muur opnieuw vorm kregen, ontvouwde hun uitwisseling zich over verschillende culturele contexten: beginnend in Zwitserland, gevolgd door Tsjechië, Slowakije, Oekraïne, Italië en Nederland. Als actieve leden van feministische en lesbische kringen werden hun praktijken gevormd door de strijd en verlangens in de jaren van openheid, hoop en versnelling tussen het einde van de Koude Oorlog en het begin van het nieuwe millennium. De tentoonstelling blikte vanuit het heden terug op deze vormende jaren en benadrukte hoe hun betrokkenheid bij feministische, queer en ecologische vraagstukken krachtig resoneerde.
De tentoonstelling vond plaats in drie variaties en weerspiegelde daarmee het onderzoek van de kunstenaars naar transformatie, interstitieel denken en processen van wording. Op deze manier volgde de tentoonstelling de experimenten met performance, video, fotografie, tekeningen en installaties van beide kunstenaars. Door vaste identiteiten, constructies en nationale idiomen los te laten, ontplooiden de werken zich door een lichamelijke taal. Handen en monden, woorden en water, kettingen, glas en stenen werden personages die spraken in de ruimte van de Vleeshal en samen een levendige lichaamstaal vormden. Met hun vriendschap als curatorieel uitgangspunt werd YOu arE VAriations ook een oefening in feministische kunstgeschiedenis, waarin de aandacht verschoof van individueel auteurschap naar de vaak onzichtbare rollen van netwerken, vriendschappen en samenwerkingen. In die zin beschouwde de tentoonstelling de artistieke trajecten van de kunstenaars als membranen die ademden, veranderden en vervormd werden door dialoog — en uiteindelijk door het leven zelf.
Introductie van de kunstenaars, samenwerking en context
Ontwikkeld in nauwe uitwisseling tussen de kunstenaars en de curatoren bracht de tentoonstelling zowel gezamenlijke als individuele werken van beide kunstenaars samen, met een focus op de jaren na hun ontmoeting in 1994 bij Fundaziun Nairs, een kunstresidentie in een voormalig badhuis in het Zwitserse kuuroord Scuol. Della Giustina — destijds pas afgestudeerd in de filosofie — was daar curator van de residentie, terwijl Daučíková, toen al een gevestigde kunstenaar en LGBTQ+-activist, deelnam via een programma voor kunstenaars uit het voormalige Oostblok. Wat zij beiden later beschreven als een ‘elektrische handdruk’ bij Daučíková’s aankomst midden in de nacht, markeerde het begin van een vurige artistieke, intellectuele en romantische uitwisseling die hun levens, zowel persoonlijk als professioneel, diepgaand zou vormen.
Hoewel ze uit verschillende contexten kwamen en geen gedeelde gesproken taal hadden, vonden Daučíková en Della Giustina een diep wederzijds begrip in hun gezamenlijke drang om conventies en machtsstructuren te doorbreken en tegen hun ervaringen van er-niet-bij-horen en vervreemding in te gaan. Voor Anchan/Anna kwam dit voort uit de onderdrukking door genderbinaire systemen, heteronormatieve structuren en de imperiale context van de Sovjet-Unie. Voor Della Giustina lag dit in haar jeugd in het Duitstalige deel van Zwitserland als kind van Italiaanse arbeidsmigranten — een ervaring die haar ertoe bracht haar moedertaal gedwongen te vergeten.
Tijdens hun verblijf in Scuol kochten zij hun eerste videocamera en begonnen zij te communiceren via vervangende talen: de cameralens, het vocabulaire van queer erotisch verlangen en de Italiaanse taal — voor Della Giustina een begraven moedertaal, voor Daučíková een activistische taal die zij had geleerd via haar band met de Italiaanse feministisch-marxistische groep Le Diottime.
In Scuol nam Della Giustina afstand van curatorschap en theoretische taal om zelf kunstenaar te worden, waarbij zij taal gebruikte als ruimtelijk en sonisch materiaal. Daučíková, die eerder met abstracte schilderkunst en glas had gewerkt, richtte zich op de gebaren van hun eigen lichaam. Samen begonnen ze met verschillende media te experimenteren, brachten ze hun onderzoek tot leven en lieten ze het transformeren in meerdere vormen, vaak ook in samenwerking met andere kunstenaars uit hun kringen. Het baanbrekende project Acquabelle getuigde van deze houding. Ontwikkeld in 1995 na hun vertrek uit Scuol, omvatte Acquabelle een video van de handen van de kunstenaars die elkaar onder water betastten, vaak getoond in samenhang met de installatie en performance Sprache (a language).
Naast hun gezamenlijke werken toonde YOu are VARIations ook projecten uit de periode waarin Della Giustina ervoor koos een kunstenaarsopleiding te volgen aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht (1996–1998), een beslissing die uiteindelijk leidde tot haar vestiging in Nederland. Haar verhuizing markeerde geleidelijk het begin van het einde van hun relatie, terwijl Daučíková ervoor koos te leven in Praag en Bratislava. De werken uit deze periode droegen zowel de synergie van hun verbondenheid als de kiemen van uiteenlopende toekomsten in zich.
In de daaropvolgende jaren ontwikkelde Daučíková via video’s en collages wat zij het “mentale lichaam” noemde — een reflectie op de ‘tussenpositie’ van het lichaam voorbij gendercategorieën, conventies en grammatica’s; een lichaam dat zelf een gebarentaal en signalensysteem was. Della Giustina richtte zich intussen op water en geluid als domeinen van radicale openheid, vloeibaarheid en beweging. De tentoonstelling legde deze verwantschappen bloot en liet zien hoe zij uit hun ontmoeting waren voortgekomen en zich door een langdurige dialoog verder hadden ontwikkeld.
Variaties als concept
Collage, serialiteit, vloeibaarheid en variatie doorkruisten en verbonden het werk van beide kunstenaars. In hun respectieve archieven verzetten veel werken zich tegen een vaste vorm en reisden zij tussen formaten en media, evoluerend door opeenvolgende iteraties en recombinaties. Door deze gedeelde houding te omarmen ontvouwde de tentoonstelling zich in drie variaties. Met het verstrijken van elke maand verschoven bepaalde werken binnen de ruimte, verdwenen en verschenen ze opnieuw in een andere vorm. De grootschalige projectie achterin bepaalde het ritme van de drie variaties, die zich ontwikkelden via een triangulatie tussen de projectie, vier CRT-monitoren en een stapel prints — een tijdelijke sculptuur die geleidelijk door de bezoeker werd getransformeerd. Elke maand werd een andere video vertoond, waarbij de vorige video ofwel verhuisde naar de monitoren, waar deze werd geconfronteerd met ander videowerk, of beschikbaar werd gesteld als geprinte videostill. De vier monitoren fungeerden als een combinatorische ruimte waarin relaties tussen de verschillende video’s ontstonden. Eén van de monitoren toonde een compilatie van archiefmateriaal, samengesteld door de curatoren, met eerdere versies van de getoonde werken en foto’s van de kunstenaars samen door de decennia heen.
Het thema variatie kwam ook tot uitdrukking in herbewerkingen van oudere werken in dialoog met de ruimte van de Vleeshal en in de introductie van site-specifieke presentatiestructuren. Het centrale vloerwerk, deels direct op de vloer van de Vleeshal gedrukt, herinterpreteerde het tekst- en installatieproject Sprache (a language) uit 1995 en vormde de ruggengraat van de tentoonstelling. Twee speciaal voor deze tentoonstelling ontworpen aluminium structuren staken uit de karakteristieke muurnissen van de Vleeshal en vormden twee tongen die naar elkaar reikten. Zij droegen individuele werken die niet-normatief erotisch verlangen onderzochten: Daučíková’s collages Something About Me (1997) en Della Giustina’s diavoorstelling push to (re-)start (1996–1997).
De titel van de tentoonstelling YOu are VarIAtions was ontleend aan Della Giustina’s promotieonderzoek (2022) en haar reeks geluidswerken (you are variations, versions 01–09, 2011–2019). Door zich te verhouden tot geluid en biologie zocht Della Giustina in dit langlopende project naar een taal aan de grenzen van taal, waarin zij zichzelf relateerde aan het water in bomen. Tijdens dit proces ontwikkelde zij ‘/wi/’ — een klank en bijbehorend grafisch teken voor een nieuw persoonlijk voornaamwoord dat stond voor een inclusieve relatie tussen haarzelf en de boom. Dit inclusieve ‘/wi/’ resoneerde met Daučíková’s zoektocht naar een anti-essentialistische taal van het mentale lichaam. Via uitsnedes en herhaling van lichaamsgebaren, zoals in de video Queen’s Finger (1998) en de fotocollages Something About Me (1997), was deze taal niet gericht op vastleggen en definiëren, maar op het ontmantelen van de politieke fictie van genderidentiteit.
Deze samenhang werd zichtbaar in you are variations, version 08/03 (2019), het meest recente gezamenlijke werk in de tentoonstelling. Ongeveer twintig jaar na hun laatste samenwerking nodigde Daučíková Della Giustina uit als gastprofessor in Praag. Dit leidde tot de compositie you are variations, version 08/01 (2018), geschreven voor orkest en elektronica in samenwerking met sparren en beuken uit het bosperceel Načetín in het Tsjechische Ertsgebergte. De compositie werd uitgevoerd in drie liveconcerten, waarbij Daučíková als ‘videoperformer’ deelnam en volledige vrijheid kreeg over de documentatie van de gebeurtenissen. In de derde en laatste interpretatie brachten zij, na het filmen in verschillende stijlen, hun hand in beeld en bewogen deze in reactie op de muziek. In deze handgebaren waren echo’s van Acquabelle door de geschiedenis heen te zien, nu verweven met Della Giustina’s sonische onderzoek en Daučíková’s voortdurende lichaamswerk. De samenwerking omvat het individuele; het individuele omvat de samenwerking. Het zelf is in de ander, de ander is in het zelf. You are variations.
Deze tentoonstelling vond plaats in drie variaties
I 18.1–8.2.2026
II 9.2–1.3.2026
III 2.3–22.3.2026
Interinstitutionele samenwerking en aankomende evenementen
Het project is het resultaat van een transregionale samenwerking tussen Vleeshal centrum voor hedendaagse kunst, Middelburg, en If I Can’t Dance, I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution, Amsterdam - twee organisaties die zich bezighouden met feministische geschiedenissen, experimentele curatoriële processen en op performance gebaseerde methodologieën. Vanuit deze constellatie ontvouwde het project zich in twee momenten: een tentoonstelling in de Vleeshal (januari–maart 2026) en een performancegebaseerde presentatie bij If I Can’t Dance en PuntWG (oktober 2026).
Dit project is mede mogelijk gemaakt door de financiële steun van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gemeente Middelburg.
