The Registry of Promise: The Promise of Literature, Soothsaying and Speaking in Tongues

Carlo Gabriele Tribbioli, Lucy Skaer, Reto Pulfer, Matt Mullican, Jean-Luc Moulène, Becky Beasley, Michael Dean

Groepstentoonstelling

25 januari – 29 maart 2015
Vleeshal Zusterstraat (Kaart)

Curator: Chris Sharp

Het laatste deel van de tentoonstellingenreeks The Registry of Promise was The Promise of Literature, Soothsaying and Speaking in Tongues. De drie andere hoofdstukken waren in Frankrijk en Italië te zien. The Registry of Promise reflecteerde op onze toenemende beladen verhouding met wat de toekomst ons te bieden – of ook niet te bieden – heeft. De reeks speelde met de verschillende interpretaties van belofte als iets dat tegelijkertijd op de toekomst vooruitloopt, op haar vervulling of op het ontbreken van haar vervulling, als ook op een soort onvermijdelijkheid, zowel positief als negatief. Zo’n verscheidenheid is van groot belang in het hedendaagse historische moment.

Gezien het feit dat de technologische en wetenschappelijke begrippen van vooruitgang die in gang zijn gezet door de Verlichting niet meer zo afneembaar zijn als ze eens waren, zijn we allang afgestapt van het lineaire beeld van de toekomst, zoals de Verlichting die voorzag. Wat ervoor in de plaats komt, lijkt echter nauwelijks een plaatsvervanger: het dreigende vooruitzicht van een ecologische catastrofe. Van de antropocentrische belofte van moderniteit, lijkt het dat we naar een negatief geloof in het post-humane zijn gekeerd. En toch hoeft de toekomst niet een gesloten boek te zijn. Ver weg van het fatalistische, schonk The Registry of Promise aandacht aan deze verschillende versies van de toekomst, terwijl ze trachtte andere te bedenken. Het project probeerde de potentiële verscheidenheid en veranderlijkheid die aan de basis van het woord belofte liggen op waarde te schatten.

In het kader van The Registry of Promise vonden gedurende een jaar vier autonome, met elkaar verbonden tentoonstellingen plaats, die als individuele hoofdstukken in een boek werden gezien. De vier hoofdstukken waren The Promise of Melancholy and Ecology in de Fondazione Giuliani, Rome; The Promise of Multiple Temporalities in Parc Saint Léger, Pougues-Les-Eaux; The Promise of Moving Things in Le Crédac, Ivry, en The Promise of Literature, Soothsaying and Speaking in Tongues in de Vleeshal.

Het vierde en laatste deel van The Registry of Promise: The Promise of Literature, Soothsaying and Speaking in Tongues ging over taal, manieren van schrijven en het boek. In deze tentoonstelling werd de taal tot haar breekpunt opgerekt. De taal van deze tentoonstelling werd gekenmerkt door een ondoorgrondelijkheid waarin ze tegelijkertijd materialiseert en oplost, waardoor ze een bijna plastische kwaliteit kreeg – alsof je haar kon vastpakken en vasthouden, maar ze toch volkomen ongrijpbaar bleef. Bovendien was ze ontdaan van haar praktische vermogen tot communicatie en in een veel marginaler domein beland, waar ze niettemin probeert een productief, zij het soms sinister, droombeeld te blijven koesteren.

Alle kunstenaars die aan deze tentoonstelling deelnamen, hebben een nauwe verwantschap met taal, al zijn er grote formele en referentiële verschillen. Becky Beasley en Michael Dean hebben een uitgesproken literaire benadering, zoals in Beasleys sculptuur in paperbackformaat A Storage Space (After Faulkner) (2008). Deze sculptuur van zwart notenhout, met dezelfde afmetingen als twee identieke Penguin-edities van William Faulkners As I Lay Dying, ontleent zijn esthetische vocabulaire aan het minimalisme, waarmee een historisch antagonisme tegen het verhalende en in feite trieste karakter van het boek wordt benadrukt door het definitief te sluiten. Hierdoor wordt de deur naar het narratieve niet gesloten, maar ontstaan uit die afwezigheid juist nieuwe narratieve mogelijkheden. Dit meer gericht literaire werk wordt aangevuld met een hangende en ronddraaiende sculptuur, Bearings (2014), een drie meter lange bronzen afgietsel gemaakt van negen afgewaaide takken die de vader van de kunstenaar na de verwoestende storm van 28 oktober 2013 had verzameld. Zoals ze zijn samengevoegd zijn ze te interpreteren als een syntactische constructie die aan een wichelroede doet denken. Michael Deans hnnnhhnnn-hnnnhnnnnh (Analogue Series) (2014) bestaat uit een in rode inkt gedrenkt woordenboek dat in de zon te drogen is gelegd. In zijn verwrongen en verdraaide toestand lijkt het op een grote rode tong, die zelf door de taal is belaagd en uiteindelijk verminkt.

Andere kunstenaars, zoals Jean-Luc Moulène en Lucy Skear, sublimeren taal tot vorm, transformeren haar tot iets dat boven zichzelf uitstijgt maar tegelijkertijd opgesloten blijft in een uitgesproken onbegrijpelijke betekenis. Zo bestaat Moulènes Echantillon/Monochrome (2010) uit vier panelen die met Bic-viltstiften monochroom zijn gekleurd. Uit deze panelen, te interpreteren als even zovele palimpsesten die met veel inspanning tot monochromen zijn getransformeerd, spreekt een overdaad en totale verzadiging van woorden. Lucy Skaers sculpturale installatie Untitled (Le Siège) (2009) bestaat uit een tafel waarin in het blad een grote 0 is uitgesneden waarvan ze afdrukken maakt. De communicatieve functie van taal wordt ondergeschikt gemaakt aan een schijnbaar contra-intuïtief proces van beelden maken.

Het werk van Matt Mullican, Reto Pulfer en Carlo Gabriele Tribbioli gaat over taal als iets dat zich beweegt tussen waarzeggerij, het scheppen van werelden en in tongen spreken. Terwijl van Matt Mullican bekend is dat hij bij het tekenen en schrijven in een trance raakt en al doende systemen uitwerkt, waarvan de complexe tekening Chart (2003) een voorbeeld is, creëert Reto Pulfer sculpturen en installaties gebaseerd op zijn eigen persoonlijke taalsystemen. Het werk Hermetisch (2006), waaraan kaarten, taal en stokken te pas komen, wordt tot leven gebracht door een performance waarin toeval en taal de algemene structuur bepalen van het uiteindelijke resultaat, dat doet denken aan een soort waarzeggingsritueel. Carlo Gabriele Tribbioli’s installatie Reperti per il prossimo milione di anni (2007-2009) ten slotte is het nevenproduct van een poging een eenentwintigste-eeuwse mythe en ritueel te creëren waarvan het beoogde publiek in de toekomst is gesitueerd. Het eindproduct, samengesteld uit performances, fotografie, tekeningen, video, sculpturen en installaties, vormt een zorgvuldig en methodisch opgebouwd archief dat ondanks de wens een toekomstmythe te creëren uiteindelijk ondoorgrondelijk is.

Publicatie

Het werk van Reto Pulfer is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van Swiss Arts Council Pro Helvetia.