PERSMAP: Rossella Biscotti, L’isola (download pdf 847 KB)
Het project van Rossella Biscotti is gebaseerd op onderzoek naar de toestand van gevangenschap. Ze concentreert zich op de algemene omstandigheden van de gevangene en analyseert de psychische effecten van eenzame opsluiting, die tot doel heeft fysieke en geestelijke vermogens te vernietigen.
Het project is ontwikkeld in de eerste gevangenis die werd gebouwd voor langgestraften en die in 1793 zijn deuren opende op het eiland Santo Stefano, vijftig kilometer uit de Italiaanse kust. Het is een gevangenis die op het Teatro di San Carlo in Napels lijkt. In de panoptische constructie, ontwikkeld door Jeremy Bentham, uit zich de wens van de institutionele macht om de gevangene te straffen en zijn identiteit te vernietigen door hem constant het gevoel te geven dat hij in de gaten wordt gehouden. De Santo Stefano-gevangenis heeft tot 1965 gefunctioneerd. Hij is ook gebruikt voor politieke gevangenen.
De in de Vleeshal getoonde sculpturen zijn afdrukken van sommige cellen en andere ruimtes in de gevangenis.
De sculpturen zijn gemaakt van loden platen die met de hand naar en van het eiland zijn vervoerd. Het werkproces is te zien op een video die bestaat uit notities gefilmd op 8mm. Het is een compilatie van materiaal dat is opgenomen tijdens verschillende bezoeken aan de locatie en omvat ook een politieke actie: ‘Bloemen brengen naar de begraafplaats van de gedetineerden die tijdens hun levenslange gevangenschap zijn gestorven.’ Deze actie werd geïnitieerd door de kunstenaar, samen met een groep activisten, en ondersteund door verschillende gedetineerden die op dat moment in hongerstaking waren.
‘Santo Stefano is een eiland van vulkanisch gesteente in de Pontijnse archipel, en meet zevenhonderd bij vijfhonderd meter. De moeilijke toegankelijkheid en de topografie van het eiland boden in de loop der eeuwen de ‘gelegenheid’ om te proberen het probleem van gevangenschap op te lossen door veroordeelden, en meer in het algemeen iedereen die als ‘onwelkom’ werd beschouwd of als gevaar voor de stabiliteit van de gevestigde macht, op het eiland te isoleren.
De beslissing om de gevangenis voor tot levenslang veroordeelden op Santo Stefano te bouwen werd aan het einde van de zeventiende eeuw genomen door de familie Bourbon, die de ingenieur Francesco Carpi, een medewerker van Antonio Winspeare, benaderde met het verzoek de gevangenis te ontwerpen en te bouwen. De bouw vond plaats tussen 1792/1793 en 1797.
Het gebouw is een architectonisch juweel; het is hoefijzervormig en telt drie verdiepingen, elk met drieëndertig cellen, in totaal dus negenennegentig cellen. Elke cel meet 4,5 × 4,2 meter en was bestemd voor drie of vier personen. Op de begane grond zijn nog twee cellen zonder ramen, bestemd voor de bestraffing en eenzame opsluiting van de gevaarlijkste gevangenen.
Als geheel doet het gebouw denken aan het Teatro di San Carlo in Napels, al is de relatie tussen de elementen omgedraaid. Dit was waarschijnlijk het eerste gebouw dat was gebaseerd op het model van het panopticum, dat oorspronkelijk werd geformuleerd door de gebroeders Bentham – al is er geen enkele informatie die een direct verband legt tussen de Engelse broers en de ingenieur die voor de familie Bourbon werkte.
In de loop der jaren werd de constructie van de gevangenis aangepast, waardoor de omstandigheden van de gevangenen nog verslechterden. De cellen werden allemaal nog eens in tweeën gedeeld voor in totaal bijna tweehonderd gevangenen – in sommige periodes zaten er zelfs zeshonderd. In Santo Stefano werden ook gevangenen afgezonderd die waren condannati ai ferri, die voor de gevangenis moesten werken en als straf een ketting om hun middel moesten dragen die ook aan hun enkels was bevestigd.
Bijna een eeuw later, in de jaren 1880-1885, werd rond de buitenomtrek een nieuwe afdeling gebouwd waarin anarchisten en gevangenen van buitengewoon slecht gedrag werden ondergebracht. Tot en met het twintigjarige fascistische regime herbergde het gebouw naast tot levenslang veroordeelden ook politieke gevangenen. De enige maatregelen die de leefomstandigheden van de gevangenen echt verbeterden werden rond 1950 ingevoerd onder het bestuur van directeur Eugenio Perucatti, en tijdens de laatste jaren dat het gebouw in gebruik was. Uiteindelijk werd de gevangenis pas in 1965 definitief gesloten en compleet verlaten.
De geschiedenis van Santo Stefano staat bol van gedetineerde persoonlijkheden die van belang zijn geweest voor de politieke geschiedenis van Italië: dat begon al direct, toen de familie Bourbon de deuren opende voor Giuseppe Poerio, Luigi Settembrini en Silvio Spaventa. Onder het bewind van de familie Savoye werden ook sommige bandieten er gevangen gezet, onder wie Carmine Crocco, die een actieve rol als revolutionair zou hebben gespeeld. De Savoyes sloten er veel anarchisten op, zoals Pietro Umberto Acciarito, die had geprobeerd Umberto I te vermoorden, en Gaetano Bresci, die Umberto I daadwerkelijk in Monza had vermoord, en Giuseppe Mariani. En ook Antonio D’Alba, die een aanslag had gepleegd op koning Victor Emanuel III. Rocco Pugliese, een communist uit de regio Calabrië, kwam op dezelfde manier aan zijn eind als Gaetano Bresci: beiden stierven in de gevangenis, hoogstwaarschijnlijk door zelfmoord. Ook de broer van Ignazio Silone en Romolo Tranquilli stierven in de gevangenis, en ook hier zijn er sterke vermoedens dat er moord of zelfmoord in het spel was.
Tijdens de twintig jaar van het fascistische bewind zette het regime de socialist Sandro Pertini gevangen, die later president werd van de Italiaanse republiek, en een groot aantal andere personen die de communistische idealen toegedaan waren: Pietro Secchia, Gerolamo Li Causi, Luigi Longo, Mario Scoccimarro, Giuseppe Di Vittorio (een belangrijke vakbondsleider uit Cerignola) en de onverzettelijke Umberto Terracini, die twee keer uit de Italiaanse communistische partij werd gestoten maar later voorzitter werd van de wetgevende vergadering. En ook Altirero Spinelli, die op het naburige eiland Ventotene het Ventotene Manifesto schreef, waarin hij het idee van een verenigd Europa propageerde.
Het noemen van de namen van deze belangrijke personen maakt ons bewust van twee aspecten: ten eerste het enorme aantal gevangenen die hun straf in wrede en onmenselijke omstandigheden uitzaten, en ten tweede de overheden en hun regimes, die de basisprincipes van respect en menselijkheid helaas nooit toepasten op de gevangenen, zelfs niet toen detentie in de grondwettelijke regels als een mogelijkheid tot heropvoeding en boetedoening werd geïnterpreteerd.
Tekst door Francesco Perretta
Rossella Biscotti
Geboren in Molfetta, Italië (1978); woont en werkt in Amsterdam.
Studeerde aan de Accademia di Belle Arti di Napoli (1998-2002) en heeft residency’s gehad aan de Rijksakademie Amsterdam, het CAC Vilnius (Letland), het Kunstlerhaus Bethanien in Berlijn en in 2012 een residency in Kadist Parijs. Rossella Biscotti heeft haar werk op diverse tentoonstellingen en locaties gepresenteerd, waaronder het CAC Vilnius (2012), het Museu de Serralves in Porto, het MaXXI Museum in Rome, de Presentation House Gallery in Vancouver, de Fondazione Sandretto Re Rebaudengo in Turijn, de Vleeshal in Middelburg, het GAM in Turijn, en Witte de With in Rotterdam. Ze heeft de ‘Premio Italia Arte Contemporanea’ gewonnen (2010), de ‘Premio Michelangelo’ tijdens de internationale sculptuurbiënnale in Carrara (2010), de tweede prijs bij de ‘Prix de Rome’ in Amsterdam (2009), de eerste prijs (Gouden Koe) op het filmfestival van Gstaad (Zwitserland) in 2008 en de eerste prijs op de 12th Biennial of Moving Images in het Centre pour l’image contemporaine in Genève in 2007.
In 2012 zal Rossella Biscotti deelnemen aan Manifesta 9 in Genk (B).
Rossella Biscotti
